Een straatkind in huis 1

Om een kind in je huis te nemen dat niet gewend is aan vier muren is een grote uitdaging.

We hielden vanaf het begin in gedachten dat hij elk moment kon weglopen, elk moment iets kon stelen, elk moment kon ontploffen. Vier  dagen ging het uitzonderlijk goed. Wel zagen we af en toe een traan…
Dan dacht ik ‘zeker gemis van: vrienden, eigen gewoontes, bang voor het onbekende, moe van het vreemde’.
Want alles gaat anders in ons huis, het tegenovergestelde van het leven op straat. Het tegenovergestelde van wat hij 14 jaar lang kent.

We hadden heerlijke momenten, spelletjes doen, fietsen, hardlopen, bijbellezen, schoolwerkjes, zingen, kletsen; het leek soms zo normaal. Alsof hij er altijd al was, alsof het onze oudste zoon was, alsof we een normaal gezin waren.

Toch niet, na vier van dit soort normale, vreemde dagen: donderdagmiddag om half vijf liep hij weg. Eén moment was hij alleen en nam hij de benen.

We willen hem eigenlijk weer ophalen, van de straat plukken en het wéér proberen. Gewoon omdat wij het beste voor hem willen…, maar is het bij ons het beste voor hem?

Laat een reactie achter